Biografie

 

Portret.P4020056

De domheid manifesteert zich op ieder gebied, bij elk mens, te allen tijde. Ieder onderzoek naar de domheid krijgt zodoende als vanzelf iets encyclopedisch. Matthijs van Boxsel heeft er zijn levenswerk van gemaakt alle facetten van de domheid in kaart te brengen. In De Encyclopedie van de Domheid doet hij verslag van studies naar het verschijnsel, het woord en de theorie van de domheid.

Matthijs van Boxsel (1957) studeerde (cum laude) af op de domheid aan de Universiteit van Amsterdam. In de jaren tachtig verschenen drie delen van De Encyclopedie van de Domheid, die stormachtig werden onthaald door de pers. De boekjes waren al snel uitverkocht. Daarna was het lange tijd stil. Van Boxsel werkte in die periode aan een definitieve theorie van de domheid. Om de ideeën voor zijn nieuwe boek uit te proberen, gaf hij meer dan honderd lezingen in het hele land voor literaire verenigingen, managers, scholieren, huisartsen enzovoort. Ook verzorgde hij een Cursus Domheid aan de Rietveld Academie in Amsterdam en aan de Rijksuniversiteit Groningen. De resultaten zijn overal merkbaar.

Portret.Kluiters.b.domheid.w
foto Toussaint Kluiters

In 1999 is bij uitgeverij Querido De Encyclopedie van de Domheid verschenen waarin de domheid op feestelijke wijze wordt ontleed, met behulp van tekenfilms, sprookjes, triomfpoorten, tuinarchitectuur, barokplafonds, het koningshuis, moppen, smoesjes en science-fiction. Het boek werd genomineerd voor de Jan Hanlo essay-prijs en haalde de longlist van de Generale Bank-prijs.

Inmiddels is het boek in Nederland vier keer herdrukt, en vertaald in Duitsland (herdruk), Engeland (herdrukken), Spanje, Turkije, Polen, Finland, Portugal, Hongarije, Zuid-Korea, Roemenië, Griekenland, Litouwen, Frankrijk (herdruk), Japan, China, Slovenië. Enkele verhalen zijn bewerkt voor dansvoorstellingen in Oostenrijk. In 2003 wordt het boek in Amerika bekroond met de ELR-Award (Excellent Lavatory Read).

In het tweede deel, Morosofie (2001; herdruk) staan Nederlandse en Vlaamse denkers centraal wier theorieën over het bestaan zo absurd zijn, dat ze van de weeromstuit een welhaast literaire kwaliteit krijgen. Is de aarde plat? Werd in het paradijs Nederlands gesproken? Zijn atomen ruimtschepen? Is Delft Delphi? Valt de plattegrond van de piramide van Cheops terug te vinden in het stratenplan van Den Bosch? Betreedt de wereld de lila-fase? Is het abstracte denken begonnen toen de clitoris zich evolutionair van binnen naar buiten heeft verplaatst? Op deze prangende vragen geven de morosofen verrassende antwoorden. Van 3 juni t/m 3 september 2006 wijdt het Dr.Guislain Museum te Gent een tentoonstelling aan de morosofen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In mei 2006 is Deskundologie; Domheid als Levenskunst verschenen waarin het spel en de extase centraal staan. De volgende stap is De Topografie van de Domheid, waarin alle steden en provincies zijn verzameld die spreekwoordelijk bekend staan als dom. Uiteindelijk zullen nog delen verschijnen over domheid, sex, sport en handel, alsmede een theologie en een esthetiek van de domheid.

****

2017: Lezingen in België in verband met het verschijnen van Domheid als methode. Docent ‘Patafysica aan de KABK

2016 Toekenning van beurs als Writer-in-Residence aan het NIAS (1 sept 2016-31 jan 2017)

2016: Definities van de ‘Patafysica, interview met Dirk van Weelden voor Weltschmerz op YouTube

2016: Voorwoord bij Roemruchte daden en opvattingen van Doctor Faustroll, patafysicus (uitgeverij Bananafish)

2016: De draagbare Encyclopedie van de Domheid

2014-heden: Hoofdredacteur van Pâtavismen (De Nederlandse Academie voor ‘Patafysica)

2012: bezoek aan Beijing voor presentatie van de Chinese vertaling van De Encyclopedie van de Domheid; voor blog zie:http://www.letterenfonds.nl/nl/entry/160/zomer-in-peking

2011: Colleges aan de ENSA Bourges over domheid en ‘Patafysica

2009: Domheid voor Beginners* Hoofdredacteur van Bâtavismen (De Nederlandse Academie voor ‘Patafysica). Optredens voor BBC-World Service (tot 2016).

Domheid voor beginners.b

2006: Deskundologie of domheid als levenskunst*  3 juni t/m 3 september: Tentoonstelling over de Morosofie in het psychiatrisch museum Dr. Guislain te Gent

2006-heden: Redacteur en Uitgever van De Centrifuge, het officiële orgaan van de Nederlandse Academie voor ‘Patafysica

OLYMPUS DIGITAL CAMERA
Met Satraap Arrabal

2005: benoeming tot Régent du Collège de ’Pataphysique (chaire de morosophie)

2001: Morosofie, Dwaze wijzen en wijze dwazen in Nederland en Vlaanderen, de 100 mooiste waantheorieën van Nederlanders en Vlamingen uit de 20e eeuw

2000: Scenario over de Tulp (voor Ted Struik)

1999: De Encyclopedie van de Domheid verschijnt bij Querido; genomineerd voor de Jan Hanlo essay-prijs 2001 (zie onder), longlist van de Generale Bank-prijs.

1996: Publicatie van Sexbol, opperlandse porno

Sexbol.334

1995-nu: leeft van de domheid, dankzij publicaties en lezingen voor het bedrijfsleven in binnen- en buitenland. Publiceert tot 2000 regelmatig in De Revisor over de domheid. Geeft Cursussen Domheid aan de Rietveld Academie, aan de Universiteit van Groningen en aan de ENSA in Bourges.

1992: de kluts kwijt

1986-1988: eerste drie delen van De Encyclopedie van de Domheid in eigen beheer uitgegeven bij de Riba-pers (Arjen Ribbens) [foto rechtsonder Erwin Olaf]

1983-1986: organiseert samen met historicus Gijs van der Ham voor het Koninklijk Paleis een tentoonstelling over Franse boeken die in Nederland zijn gedrukt, ‘Imprimé en Hollande’; leraar Nederlands aan de Internationale School; eerste publicaties in tijdschrift Raster over Robert Musil

1975-1983: studies Nederlands en Literatuurwetenschap aan de UvA; afgestudeerd (cum laude) op het begrip domheid bij Robert Musil en Immanuel Kant; verkoop van drop bij Truus op de Albert Cuypmarkt

1969-1975: gymn.A van het Amsterdams Lyceum; speelt bluegrassbanjo

Exif_JPEG_PICTURE

1961-1969: Cornelis Vrijschool te Amsterdam

Geboren op 25 augustus 1957 in Amsterdam als zoon van tekenaar Pim van Boxsel en Janneke Laméris

***

Uit het Juryrapport van de Jan Hanlo-prijs 2001:

De grootste zelfverwenner van de drie is Matthijs van Boxsel met zijn De Encyclopedie van de domheid. Hij beoefent de essayistische schets, als onderdeel van een groter geheel. Het is steeds een klein bravourstukje, door wat hij aansnijdt, maar ook door de ironische en enigszins agressieve toon. Dit is literaire no nonsens. Van Boxsel is iemand die zich niet laat bedotten door tactieken die de domheid willen verhullen, hij onthult die listen zonder genade. Over de domheid mag in de loop van de geschiedenis heel wat geschreven zijn, de jury bewonderde toch allereerst de originaliteit van het onderwerp, de aanpak en de eruditie van Van Boxsel die daarbij tevoorschijn komen.

Zou het bij losse essayistische schetsen over domheid zijn gebleven, dan hadden we een verzameling betises gekregen waarvan er al veel bestaan. Maar Van Boxsel wilde meer. Hij wilde tussen alles door ook een informele cultuurgeschiedenis van de domheid schrijven, zodat we kennis maken met een fantastische rijkdom aan goed bedoelde slagen, van de vroegste tijden tot heden. Daarnaast wilde hij niet verhelen dat hij zelf een uitgesproken visie heeft op de aard van het denken en de betekenis van de domheid voor het menselijk bestaan.

Van Boxsel is een manische verzamelaar, maar dan wel een met oog voor het saillante, hilarische en bizarre. Anders dan veel verzamelaars staat hij niet neutraal tegenover zijn schatten. Wat hij vindt gebruikt hij om zichzelf te overtuigen van de manier waarop de wereld volgens hem in elkaar zit. Omdat de domheid een veelkoppig monster is moest dat wel een veelzijdige, omsingelde vorm krijgen. Van Boxsel gaat met elke paragraaf en elk hoofdstuk vooruit en bouwt zodoende een ruïneus paleis voor de domheid, maar keert ook steeds weer terug naar de fundamenten, naar zijn centrale stellingen. Die luiden dat al onze cultuuruitingen succesvolle blunders zijn, en dat geen mens intelligent genoeg is om zijn eigen domheid te begrijpen.

Met dit steeds terugkerende uitgangspunt zou de Encyclopedie van de domheid makkelijk een ontmoedigend boek hebben kunnen worden – de lezer krijgt ook zijn domheid op elke pagina ingeprent – maar dat gevaar wordt op elke pagina opgeheven door het verrassende aspect dat Van Boxsel steeds weer aansnijdt, van de achterliggende domheid bij het ontwerpen van tuinen, Dantes tocht door de hel, de dwaasheid van triomfbogen tot de holle mens van T.S. Eliot die niets is en zich laat leven.

Van Boxsel gaat tot het uiterste om zijn lezers illusies te ontnemen, en kent geen scrupules. Net als zijn helden Baltasar Garcian (schrijver van het cynische Handorakel) en Bernard Mandeville (schrijver van The Fables of the Bees) kent hij geen sentimentaliteit. We moeten niet denken dat de ratio ons leven bepaalt. Het leven wordt bepaald door zeden en gewoonten.

Volgens Van Boxsel gaat het gevolg aan de oorzaak vooraf, zijn argumenten rationaliseringen achteraf. Met Lucretius situeert hij de hel niet in het hiernamaals, maar in het aardse bestaan. En de idiotie beschouwt hij als de mystieke grondlag van de beschaving. De encyclopedie van de domheid is een uniek boek waardoor je afwisselend wordt verrast en wordt ontmoedigd. En je kunt er ook agressief van worden, omdat je je wilt verzetten tegen de overtuigingskracht van Van Boxsels voorbeelden, en het onontkoombare, apodictische van zijn betoog. Maar ook al maakt Van Boxsel ons genoegzaam duidelijk dat we ons geen illusies hoeven te maken, we moeten niet vergeten dat het boek op twee benen hinkt: op het signaleren van de allomtegenwoordige domheid, en op het onvermijdelijk optreden van de intelligentie daarbij, hoezeer die ook faalt. Er is geen domheid als er geen intelligentie is. ‘Uit angst voor de dood storten we ons in het leven’, schrijft Van Boxsel. We moeten dus wel leven. Daarmee redt de Encyclopedie het leven, ook al krijgt dat de gedaante van de mislukking. Van Boxsel speelt alles hoog, vandaar dat hij vindt dat we op zo ’n hoog mogelijk niveau moeten falen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *